Veelgestelde vragen
Van sensor in de tuin tot meting op de kaart: hier vind je praktische antwoorden over aanmelden, koppelen, plaatsen en controleren.
Let op: WOW-NL stapt over op een nieuw platform. Het KNMI werkt voor de voortzetting van WOW-NL samen met het Belgische KMI. Nederlandse deelnemers registreren hun station daarom op het WOW-BE platform dat voor WOW-NL dit portaal aanbiedt. Heb je nog een werkende koppeling met het Britse WOW-platform, laat die dan voorlopig daarnaast bestaan.
Achtergrond
Wat is WOW-NL?
WOW-NL is het Nederlandse netwerk van de Weather Observations Website: een crowdsourced platform waarop particulieren, scholen en organisaties actuele weerwaarnemingen delen. Die waarnemingen vullen het officiële KNMI meetnet aan en geven meer lokaal detail, bijvoorbeeld in steden en dorpen. Al ruim tien jaar delen zo’n duizend weerliefhebbers in Nederland waarnemingen van hun persoonlijke weerstations via WOW-NL.
De gegevens van persoonlijke stations zijn niet hetzelfde als gevalideerde metingen van officiële KNMI-stations. Deelnemers zijn zelf verantwoordelijk voor de plaatsing en het onderhoud van hun weerstation en voor de kwaliteit en volledigheid van de gegevens die zij aanleveren.
Waarom is WOW-NL belangrijk voor het KNMI?
Samen met de metingen van de officiële KNMI-weerstations geven deze waarnemingen een steeds gedetailleerder beeld van het weer in Nederland. Denk aan bijvoorbeeld meer inzicht in trends in extreem weer, kennis over het klimaat in de stad en gedetailleerder advies over de impact van het weer.
Om het weer goed te beschrijven, te begrijpen en te verwachten, zijn waarnemingen nodig uit uiteenlopende omgevingen: van platteland tot stad, van duinen en bossen tot polders en hoge zandgronden. Persoonlijke weerstations vullen het officiële meetnet daarbij aan met veel extra lokale waarnemingen.
Wat doet het KNMI met de WOW-NL data?
De gegevens uit WOW-NL worden gebruikt voor onderzoek en om lokale verschillen beter in beeld te brengen, bijvoorbeeld bij extreem weer en onderzoek naar hitte in stedelijke gebieden. Sinds 2024 worden de WOW-metingen ook gebruikt in kaarten in de KNMI-app. WOW-metingen van burgers worden daarin gecombineerd met gegevens van officiële KNMI-weerstations.
Meedoen met WOW-NL
Kan iedereen een weerstation aansluiten?
Ja. Deelname is gratis en staat open voor iedereen met een automatisch weerstation dat via internet gegevens kan versturen. Het merk of de prijsklasse is niet doorslaggevend; of het weerstation met WOW-NL kan werken, een zorgvuldige plaatsing en continuïteit van de metingen zijn belangrijker.
Wat heb ik nodig om mee te doen?
- Een automatisch weerstation met buitensensoren.
- Een internetverbinding en een manier om gegevens te uploaden: rechtstreeks vanuit het weerstation, via een app, of via software op een computer, bijvoorbeeld een Raspberry Pi.
- Een account en een geregistreerde meetlocatie op het WOW-platform.
- De stationsgegevens waarmee de upload wordt herkend.
Als de upload via software op een computer loopt, moet die computer 24/7 actief zijn wanneer je gegevens wilt verzenden. Voor permanent gebruik kan een apart apparaat geschikter zijn, zoals het aparte apparaat van Ecowitt, WeatherLink Live, Meteobridge of een energiezuinige minicomputer, bijvoorbeeld een Raspberry Pi.
Welk merk of type weerstation is geschikt?
WOW schrijft geen merk voor. Een geschikt station noemen we “WOW-ready”. Controleer vóór aankoop of het station een custom server, custom upload of DIY upload kan gebruiken en het WOW-, Weather Underground- of Ecowitt-protocol ondersteunt. Ook koppeling via software zoals Meteobridge, CumulusMX, WeeWX of Weather Display kan mogelijk zijn.
Kooptip: de vermelding “wifi” of “upload naar een weerplatform” is niet voldoende. Sommige stations kunnen uitsluitend naar één commerciële clouddienst uploaden. Vraag expliciet of serveradres, pad en identificatie zelf zijn in te stellen.
Meer informatie is te vinden onder “Meedoen”.
Aansluiten
Waar registreer ik een nieuw station?
Het KNMI deelt samen met het Belgische KMI het vernieuwde WOW-BE platform van het KMI. Je kunt je eenvoudig aanmelden met een bestaand account (via social authenticatie) onder “Inloggen”. Log in en kies Registreer een station. Na registratie ontvang je een lang en kort stations-ID; de authenticatiesleutel heb je tijdens de registratie zelf gekozen.
Leg stations-ID en sleutel veilig vast. Een authenticatiesleutel hoort niet in een openbaar bericht, schermafbeelding of online configuratiebestand.
Hoe stel ik een station met “custom upload” in?
Kies in de app of webinterface voor een aangepaste server. Bij gebruik van het Weather Underground-protocol zijn dit de door het WOW-BE platform gepubliceerde instellingen:
| Protocol | Wunderground / Weather Underground |
| Server / host | wow.meteo.be |
| Pad | /api/v2/send? |
| Poort | 80 |
| ID / Station ID | Het korte stations-ID uit je registratie-e-mail |
| Key / Password | Je zelfgekozen authenticatiesleutel |
Vul http:// niet dubbel in als de app dat al vóór het serverveld toont. Kies bij apparaten met een serverkeuze voor Customized, niet voor de oude optie WeatherObservationsWebsite.
Kan ik het Ecowitt-protocol gebruiken?
Ja, als jouw station of een apart apparaat dit ondersteunt. Gebruik host wow.meteo.be, pad /api/v2/send? en poort 80. Bij dit protocol identificeert het platform het station aan het MAC-adres*; registreer daarom het juiste MAC-adres bij je station. Een apart ID en een sleutel worden bij deze uploadmethode niet ingevuld.
Werkt dit niet, probeer dan de Weather Underground-configuratie. Let op dat een MAC-adres uit twaalf hexadecimale tekens bestaat en gemakkelijk verkeerd wordt overgenomen.
* MAC-adres: een unieke reeks letters en cijfers waarmee een apparaat binnen een netwerk wordt herkend. Je vindt het MAC-adres van het weerstation of het aparte apparaat meestal in de bijbehorende app, op een sticker of in de netwerkinstellingen.
Hoe vaak moet mijn station gegevens uploaden?
Een interval van één minuut is de huidige aanbeveling van het WOW-BE platform. Een hogere meetfrequentie in het station betekent niet altijd dat ieder meetpunt afzonderlijk zichtbaar wordt: het platform kan meerdere metingen samenvoegen tot één waarde of de gegevens met een eigen verversingsinterval tonen.
Ik was al aangesloten op het Britse WOW-platform. Wat moet ik doen?
Registreer je station opnieuw op het WOW-BE platform. Je ontvangt daarbij nieuwe identificatiegegevens. Wijzig of voeg in je uploadsoftware het nieuwe endpoint http://wow.meteo.be/api/v2/send? toe en gebruik je nieuwe stations-ID en authenticatiesleutel.
De oude Site ID en zescijferige AWS-PIN zijn niet je nieuwe inloggegevens. Laat een nog werkende Britse upload voorlopig parallel bestaan als je software meerdere diensten ondersteunt.
Plaatsing & meetkwaliteit
Waarom is de plaats van mijn sensoren zo belangrijk?
Een sensor meet niet alleen het weer, maar ook de invloed van zijn directe omgeving. Een warme muur kan de temperatuur verhogen, bomen kunnen wind en regen afvangen en bestrating kan overdag warmte opslaan. Een eenvoudige sensor op een goede plek kan daarom bruikbaardere gegevens leveren dan een dure sensor op een ongeschikte plek.
Kun je niet aan alle richtlijnen voldoen? Geef dan bij de stationsbeschrijving aan hoe en waar de sensoren staan. Ook metingen uit een stadstuin of vanaf een balkon kunnen waardevol zijn, mits hun context bekend is.
Hoe plaats ik een temperatuur- en luchtvochtigheidssensor?
Plaats deze boven een natuurlijke ondergrond, bijvoorbeeld gras, in een wit, rondom geventileerd sensorschild dat directe zonnestraling en neerslag weert, en zo ver mogelijk weg van muren, daken, bestrating, uitlaten en andere warmtebronnen. Directe zonnestraling veroorzaakt vaak een duidelijke positieve meetfout; alleen “in de schaduw” plaatsen is niet altijd genoeg, omdat stilstaande lucht en een warme muur de meting ook beïnvloeden. Maak de temperatuursensor en het sensorschild schoon bij zichtbare vervuiling.
Een luchtvochtigheidssensor mag enkele procenten afwijken. Bij dichte mist en een temperatuur boven nul is een waarde dicht bij verzadiging — grofweg 95–100% — een nuttige praktijkcontrole.
Hoe plaats ik een regenmeter en windmeter?
Zet de regenmeter waterpas, met een vrije instroom en niet vlak bij bomen, muren of dakranden. Maak trechter en kantelbakje regelmatig vrij van bladeren, insecten en vuil.
Een windmeter heeft rondom zoveel mogelijk vrije aanstroming nodig. Obstakels veroorzaken luwte en turbulentie; daardoor zijn windsnelheid en windrichting op een beschutte plek vaak minder representatief. Noteer de montagehoogte en relevante obstakels in de stationsbeschrijving. Bij een alles-in-één sensorarray is een compromis onvermijdelijk: documenteer dat.
Hoe plaats ik een stralingssensor?
Plaats een stralingssensor horizontaal en waterpas op een plek met een zo vrij mogelijk zicht op de hemel. Zorg dat gebouwen, bomen, antennes en andere onderdelen van het weerstation gedurende de hele dag geen schaduw op de sensor werpen. Houd de sensor ook weg van sterk reflecterende oppervlakken, zoals lichte muren of metalen daken.
Controleer regelmatig of de sensor nog waterpas staat en maak het sensoroppervlak voorzichtig schoon bij stof, vogelpoep, sneeuw of andere vervuiling. Volg daarbij de reinigingsinstructies van de fabrikant en voorkom krassen op de diffuser of sensorkap.
Hoe plaats ik een luchtdruksensor?
Een luchtdruksensor mag binnenshuis staan, omdat de luchtdruk binnen en buiten vrijwel gelijk is. Plaats de sensor op een droge plek met een zo constant mogelijke temperatuur. Vermijd direct zonlicht en plekken vlak bij een verwarming, airco, open raam of buitendeur.
Zorg dat de sensor in contact blijft met de omgevingslucht en sluit hem daarom niet luchtdicht af. Noteer de hoogte van de sensor boven zeeniveau bij de stationsgegevens; die hoogte is nodig om de luchtdruk op de juiste manier naar zeeniveau te kunnen herleiden.
Moet ik mijn luchtdruk corrigeren naar zeeniveau?
Controleer eerst welk drukveld je software verzendt. Absolute luchtdruk is de druk op de werkelijke hoogte van de sensor; relatieve luchtdruk is omgerekend naar zeeniveau en is daardoor geschikt om locaties onderling te vergelijken. Stuur deze waarden naar het juiste veld en pas niet zowel in het station als in de uploadsoftware een hoogtecorrectie toe.
Een bijna constante afwijking ten opzichte van naburige stations wijst vaak op een onjuiste hoogte, verkeerde druksoort of dubbele correctie.
Problemen oplossen
Mijn station verschijnt niet of toont geen nieuwe metingen. Wat controleer ik?
- Controleer of het station zelf recente waarden toont en internettoegang heeft.
- Vergelijk het ingevulde serveradres, uploadpad en poortnummer zorgvuldig met de voorgeschreven instellingen. Eén ontbrekend of verkeerd cijfer, letter of leesteken kan de upload blokkeren. Let vooral op de slash (/) en het vraagteken in
/api/v2/send?. - Controleer het korte stations-ID en de authenticatiesleutel, of bij Ecowitt het geregistreerde MAC-adres.
- Kijk of de aangepaste upload is ingeschakeld en het interval niet op “uit” staat.
- Herstart zo nodig alleen de uploadfunctie, het aparte apparaat of de software en wacht enkele uploadintervallen.
- Bekijk een logboek of uploadstatus. Meldingen als
401of403wijzen doorgaans op identificatie;404vaak op een onjuist pad.
De kaart kan later verversen dan de upload. Meerdere keren opnieuw registreren helpt dan niet en kan juist verwarring door verschillende stations-ID’s veroorzaken.
Waarom wijken mijn metingen af van een station in de buurt?
Een verschil is niet automatisch een defect. Afstand, hoogte, bewolking, bodem, bebouwing en beschutting kunnen echte lokale verschillen veroorzaken. Vergelijk bij voorkeur over meerdere dagen met verschillende weertypen en met meer dan één naburig station.
- Temperatuur vooral te hoog bij zon: denk aan stralingsinvloed of te weinig ventilatie.
- Wind vrijwel altijd te laag: denk aan obstakels of een geringe montagehoogte.
- Regen structureel te laag: controleer beschutting, vervuiling en waterpasstelling.
- Druk vrijwel constant verschoven: controleer hoogte en absoluut/relatief.
Kalibreer pas nadat plaatsing, configuratie en onderhoud zijn gecontroleerd. Corrigeren op basis van één momentopname kan een nieuwe fout introduceren.
Waarom zie ik soms vreemde pieken of ontbrekende waarden?
Korte pieken kunnen ontstaan door een wegvallende sensorverbinding, een lege batterij, herstart, radiostoring, vuil in de regenmeter of een softwarefout. Ontbrekende waarden ontstaan vaak wanneer wifi, internet, het aparte apparaat of de uploadcomputer tijdelijk uitvalt.
Controleer tijdstippen in het lokale logboek en vergelijk verschillende variabelen: vallen ze allemaal tegelijk weg, dan ligt de oorzaak waarschijnlijk in verbinding of upload. Raakt maar één variabele verstoord, onderzoek dan eerst die sensor.